nl fr en

Robinia / Acacia

Botanische naam

Robinia pseudoacacia L.

Andere namen

Acacia{*} (Nederland), falsche Akazie, Robinie, Schotendorn (Duitsland), faux acacia, robinier (Frankrijk), false acacia, robinia (Groot-Brittannië), black locust (Verenigde Staten) {*} Verwerpelijke naam.

Familie

Leguminosae

Herkomst

Europa (vooral Hongarije) en Noord -Amerika

Houtbeschrijving

Kleur van het kernhout is licht geelgroen tot bruingroen, die na blootstelling aan licht goudbruin wordt. Het kernhout steekt scherp af tegen het ongeveer 10-20 mm brede grijsgele spint. In het hout van oudere bomen kunnen donkere aderen en strepen voorkomen, wat het gebruik voor decoratieve toepassingen beperkt. Robinia is ringporig en dit geeft op het dosse vlak een opvallende tekening. Door stomen verandert de kleur van licht geelbruin naar donkerbruin. Robinia heeft een hoog looistofgehalte, waardoor metalen in contact met robinia snel corroderen. Uit testen is gebleken dat robinia relatief langzaam water opneemt en relatief snel water afstaat. Voor geveltimmerwerk betekent dit dat het hout droog blijft.

Nerf

Middelmatig

Draad

Soms golvend

Volumieke massa

Van 550 tot 900 kg/m³

Gemiddeld: 750 kg/m³

Duurzaamheid

Zeer duurzaam tot duurzaam

Stabiliteit in gebruik

Buiten: Gering tot middelmatig

Binnen: Middelmatig

Bijzonderheden

Robinia is de duurzaamste houtsoort uit onze streken. Op het ogenblik wordt het echter slechts in geringe hoeveelheden op de markt aangeboden.

 

Robinia of valse acacia
Robinia is een in België miskende houtsoort, waarvan de toepassing al te vaak beperkt blijft tot de versteviging van hellingen of de versiering van parken en lanen. Deze houtsoort vertoont echter heel wat eigenschappen die zeer interessant zouden kunnen zijn zowel voor bosbouwers als voor houtgebruikers.

Groeigebied
Robinia of valse acacia (Robinia pseudoacacia L.), in Amerika ook black locust genaamd, behoort tot de familie van de Leguminosae. Hij mag niet verward worden met de acacia’s van de familie van de Mimosaceae. Robinia is afkomstig uit het Oosten van de Verenigde Staten en dankt zijn naam aan de hofbotanicus van de Franse koningen, Jean Robin, die de houtsoort in 1601 in Frankrijk introduceerde. Hij verspreidde zich vervolgens in Midden-Europa, van Zuid naar West, op geringe hoogteliggingen. Op het ogenblik is robinia, in oppervlaktetermen, de derde meest aangeplante snelgroeiende loofhoutsoort ter wereld, na de eucalyptussen en de hybride populieren. Hij groeit liefst in een gematigd klimaat, in lichte en goed verluchte grond. In Hongarije werd een waar bosbouwbeleid ontwikkeld uitgaand van de robiniacultuur. Op het ogenblik zijn daar ongeveer 340.000 ha bossen uit deze houtsoort samengesteld, hetzij 20% van de beboste oppervlakte, waarvan 64% onder de vorm van hakhout. De jaarlijkse productie bedraagt er thans 1 miljoen m3, dit is 18% van de totale houtproductie voor alle houtsoorten. De gemiddelde jaarlijkse aanwas kan oplopen van 8 tot 10 m3/ha, hetgeen overeenstemt met sommige naaldhoutsoorten. In Frankrijk komt robinia voor op ongeveer 100.000 ha, maar blijft zeer marginaal. In België tenslotte komt hij zelden in bosbestanden voor, maar treft men hem in de Kempen aan onder de vorm van hakhout. In Wallonië zou volgens de eerste resultaten van de bosinventaris zijn oppervlakte 1000 ha hooghout bedragen, met bomen van gemiddeld 75 cm doorsnede, hetzij een volume van 43.000 m3 hout op stam. Wat het hakhout betreft, zou het volume hout op stam 25.000 m3 bedragen. Enige omzichtigheid is echter geboden wat deze cijfers betreft, aangezien deze inventaris tot nu toe slechts betrekking heeft op 20% van het bosoppervlak (gegevens afkomstig van de regionale bosinventariscel van de “Division Nature et Forêt”).

Bosoppervlak Robinia pseudo-acacia in Europa en in Azië
Land Oppervlakte in ha
Bulgarije 73.000
Tsjechië en Slowakije 28.000
Frankrijk 30.000
(voormalig) Joegoslavië 50.000
Hongarije 340.000
Duitsland 6.000
Roemenië 161.000
Italië 120.000
(voormalige) Sovjetunie 144.000
China 1.000.000
Zuid-Korea 270.000
Noord-Korea 178.000
Totaal 2.400.000 ha

Boombeschrijving
In onze streken kan robinia 20 tot 30 m hoog worden. Jammer genoeg is zijn stam vaak gevorkt op geringe hoogte, zodat de onderstam vrij kort is. Robinia groeit snel en kan tot 1 m stamdiameter bereiken. Wat de bodemrijkdom betreft is hij niet veeleisend, hij plant zich zeer gemakkelijk en overvloedig voort. Deze stevige boomsoort heeft een fijn transparant bladerdek. Gemiddeld wordt hij 150 jaar oud, maar in uitzonderlijke gevallen kan hij de leeftijd van 200 tot 300 jaar bereiken. Zijn grijze schors is dik en gegroefd. Een nadeel is dat hij op jonge leeftijd vrij doornig is.

Anatomische beschrijving
Op houtanatomisch vlak vertoont robinia een heterogene structuur, met enerzijds een vroeghoutzone samengesteld uit brede vaten die met het blote oog goed zichtbaar zijn, alleenstaand of in groepjes van twee, cirkelvormig of ovaal, met 200 tot 300 μ diameter en anderzijds een laathoutzone bestaande uit kleine vaten van 90 tot 150 μ met spiraalvormige verdikking, niet zichtbaar met het blote oog, alleenstaand of in typische kleine korte en schuine tangentiale bandjes. In het kernhout zijn de vaten verstopt door thyllen. De stralen zijn zeer fijn, 3 tot 5 cellen breed, 20 tot 40 cellen hoog. Ze zijn homogeen en moeilijk te onderscheiden met het blote oog; op kwartier geven zij een zeer fijne
spiegeltekening. Rond de vaten is het lichtgekleurd parenchym rijkelijk aanwezig; het bevat vele polyedrische kristallen van calciumoxalaat. De houtvezels zijn recht en laagsgewijs geschikt.

Houtbeschrijving
Er is een duidelijk verschil tussen het spinthout, dat dun is en geelwit van kleur, en het kernhout, dat versgekapt groenachtig geel is en bij het drogen olijfbruin wordt. Dit fijnnervig hout vertoont duidelijk zichtbare groeiringen. Het is zwaar, hard en elastisch. Zijn volumieke massa is vergelijkbaar met die van eiken. Ze varieert echter, net als de hardheid, in functie van de structuur van het hout. Bij snelle groei zal de structuur hechter zijn; er zal nl. meer laathout aanwezig zijn in de groeiring, zodat het hout zwaarder en harder zal zijn. Wat de vormveranderingen betreft gaat het om een houtsoort waarvan het “werken” middelmatig is. Men kan de stammen bewaren onder de vorm van rondhout, waarbij droogscheuren van gemiddelde grootte kunnen optreden. De mechanische eigenschappen van het hout zijn afhankelijk van de groeiomstandigheden. Ze zijn te vergelijken met die van eiken en essen, ook al zijn ze gewoonlijk iets gunstiger. Robinia scoort goed wat buigsterkte, schokweerstand en axiale druksterkte betreft. Hij heeft echter neiging tot splijten.

Duurzaamheid van het hout
Met zijn uitzonderlijke natuurlijke duurzaamheid kan robinia in dat opzicht beschouwd worden als de beste Europese houtsoort. Het spinthout is uiteraard niet duurzaam en dient verwijderd of geïmpregneerd te worden. In contact met de grond heeft het kernhout een duurzaamheid van klasse I - II. Het duurt 8 tot 10 jaar vooraleer de eerste tekenen van aantasting optreden. Indien het hout niet in contact is met de grond, maar wel blootgesteld is aan de weersomstandigheden, blijft het meer dan 60 jaar intact, met als eerste teken van verwering scheurvorming als gevolg van herhaalde vochtschommelingen en blootstelling aan het zonlicht. Deze uitzonderlijke natuurlijke duurzaamheid is te danken aan de wisselwerking tussen scheikundige stoffen die in het hout aanwezig zijn. Onderzoek is aan de gang in verschillende laboratoria, om deze scheikundige bestanddelen te identificeren en om de synergieën te bestuderen.

Bewerking, drogen en afwerking
De verzaging stelt geen problemen, indien men snijgereedschap gebruikt dat aangepast is voor harde houtsoorten. Voor de productie van schil- en snijfineer dient men vooraf een hydrothermische behandeling toe te passen om het
hout weker te maken. De fineerproductie verloopt echter vlot. Robinia kan aan de lucht gedroogd worden, beschermd tegen wind en zon, of kunstmatig, maar zeer voorzichtig en aan lage temperaturen, zoniet kunnen scheuren en vervormingen optreden. In Frankrijk raadt CIRAD-Forêts aan, om robinia op dezelfde manier te drogen als tropische houtsoorten zoals sapelli, tiama of sipo. Wat de bewerking betreft is er niets bijzonders te vermelden, tenzij dat het aan te raden is om het hout voor te boren, om te vermijden dat het zou splijten bij het spijkeren of schroeven. De toepassing van afwerkingslagen stelt geen problemen. Het hout laat zich goed schaven, polijsten en verlijmen. Men dient rekening te houden met de reacties van de in het hout aanwezige looistoffen met metalen, die vlekvorming kunnen veroorzaken.

Toepassingen
Tenslotte overlopen we de talrijke toepassingsmogelijkheden, niet alleen van het hout, maar ook van de boom. Robinia is een pioniersoort, die zoals alle Leguminosae in staat is om, dankzij de nitrofiele bacteriën die in de  wortelknolletjes in symbiose leven met het wortelstelsel, de minerale stikstof van de lucht om te zetten in organische stikstof die bruikbaar is door planten. Deze verrijkt de grond op een natuurlijke wijze. Hij wordt zeer veel gebruikt voor de bebossing van hellingen en terrils. Zo draagt hij, met zijn wijdvertakt wortelstelsel, actief bij tot de bestrijding van de bodemerosie. In België wordt hij vaak gebruikt als sierplant in parken en lanen, omwille van zijn transparant bladerdek en zijn weelderige en sterk geurende witte bloesem. De bloemen worden gebruikt om beignets te parfumeren. Robinia produceert grote hoeveelheden nectar die de bijen tot honing verwerken. In Hongarije wordt jaarlijks 5000 ton robiniahoning uitgevoerd. Uit een economische studie is gebleken, dat een robiniabestand na 30 jaar honing produceert voor een handelswaarde die overeenstemt met die van de houtproductie. Tenslotte zijn de bladeren van deze boom, door hun hoge kwaliteit en hun rijkdom aan stikstof (vergelijkbaar met klaver) uitstekend geschikt als veevoer. Robiniahout kan voor een brede waaier aan toepassingen gebruikt worden. Op het ogenblik wordt het vooral toegepast in de landbouwsector, als piketten voor omheiningen, handvatten voor gereedschap, geleidestokken voor wijnranken, onderdelen van landbouwmachines (harken, eggen) en wagens (naven, spaken), tandwielen, traptreden, palen, kranen, klein duighout en brandhout. Men gebruikt hem ook voor wagen- en botenbouw, aanlegsteigers, slijtstukken, waterbouwkundige werken, mijnhout, spoorwegdwarsliggers, verbindingsstiften, klein timmerwerk,  binneninrichtingen, parketten met intensief verkeer zoals in sportzalen, vierkante terrastegels, fineer, friezen en draaiwerk. speelgoed en spelen zoals kegelspel en croquet, de afbakening van wandelpaden, de aanleg van terrassen met roostering, de fabricage van paletten, papierpulp en spaanplaten. Er dient vermeld dat deze houtsoort zich goed leent voor buigwerk. Hij wordt zowel toegepast voor minder hoogstaande doeleinden als voor edele toepassingen.

Besluit
De handelswaarde van massief robinia is vergelijkbaar met die van secundaire houtsoorten zoals berken, olmen of kastanje. Het is best mogelijk dat hij mettertijd, dankzij een aangepast bosbeheer en vertrekkend van geschikte klonen die in Hongarije geselecteerd worden, een uitstekend bijkomend alternatief wordt voor bepaalde toepassingen die nu voorbehouden zijn voor tropisch of verduurzaamd hout. Met zijn zeer goede natuurlijke duurzaamheid zou robinia probleemloos talrijke toepassingsmogelijkheden kunnen vinden in de bouw. De architecten zouden dan eindelijk beschikken over een inlandse houtsoort die aan alle eisen zou beantwoorden voor buitengebruik.

 

Producten

Robinia FSC® 100% Terrasplanken

Veel van ons hout is FSC® gecertificeerd en komt uit bossen die op een verantwoorde wijze beheerd worden. Dit wil zeggen dat rekening wordt gehouden met ecologische, economische en sociale vragen van het heden en de toekomst.

Tiensesteenweg 225
3360 Lovenjoel (Korbeek-Lo)

Tel. 016/461 961
Fax. 016/460 935

info@jadimex.be